| Samenvatting: Een ex parte verbod is een verbodbevel, dat na een verzoek door de houder van een intellectueel eigendomsrecht, onder voorwaarden, door de voorzieningenrechter kan worden uitgevaardigd tegen een vermeende inbreukmaker op dat intellectueel eigendomsrecht, om de (dreigende) inbreuk daarop te voorkomen, zonder de vermeende inbreukmaker te horen.
Het ex parte verbod is neergelegd in artikel 1019e Rv. Vereisten die in dat artikel (en de jurisprudentie) worden genoemd zijn: dat er sprake moet zijn van (i) een intellectueel eigendomsrecht, (ii) spoedeisendheid, en (iii) een wettelijke grondslag.
De toepassing van ex parte verboden op octrooizaken blijkt vooral in het kader van de wettelijke grondslag nog al eens lastig. Totdat ik mijn scriptie had geschreven was er slechts één zaak bekend waarin een ex parte verbod in octrooizaak was gewezen (maar deze was in een later stadium opgeheven). Voor zover ik weet zijn tot nu toe slechts een paar andere zaken bekend waarin ex parte verboden zijn gewezen in octrooizaken.
Dit heeft mijns inziens enkele oorzaken: (i) de aard van octrooien en octrooizaken is complex; (ii) er bestaat vaak onzekerheid over de fumus boni iuris, de wettelijke grondslag; (iii) voor de beoordeling is vaak (technische) expertise nodig; en (iv) octrooien zijn (nog) niet europeesrechtelijk geharmoniseerd (maar de handhaving daarvan wel).
Met dat in ogenschouw genomen, en enkele uitspraken, ben ik van mening dat er terughoudend moet worden om gegaan met het ex parte verbieden van vermeende inbreuken op octrooirechten. Voorts moet er rekening worden gehouden met het specifieke karakter van het geval en van het octrooirecht. |